gestimuleerd door Els, ben ik niet meer bang om te schrijven.

Onderstaande brief van J.W. die een uitgebreid traject heeft gevolgd maakt mij telkens weer duidelijk waarom ik dit werk moet blijven doen en waarom het zo belangrijk is dat ook de overkoepelende organisaties leren zien dat er verschil is tussen dyslexie en fixatie disparatie…Aan fixatie disparatie is met een dubbele aanpak, visueel én taal, wel degelijk iets aan te doen!

Ten eerste wil ik benoemen dat Els mijn vertrouwen won door haar rust en het zo nodig, telkens opnieuw geduldig uit te leggen totdat ik het begreep. Ook gaf zij mij inzicht waar bij mij de dyslexie- valkuilen zitten en ook dat dit gekomen is door op gehoor te lezen en te schrijven.
Voor mij belangrijk om dit inzicht te hebben omdat ik hier in de praktijk wel mee kan werken.
Zo haal ik de dubbele LL, KK, FF of EE door elkaar. Ik weet nu hoe ik, door uitspreken van een woord in lettergrepen, er achter kan komen of het betreffende woord met een of twee (mede)klinkers geschreven dient te worden, de F of is het V, Z of gebruik ik de S .

Als ik het woord goed had gespeld of geschreven was het advies om het woord direct in te laden.
Het inladen betekende voor mij, woord op schrijven, op mijn netvlies projecteren, met de vinger in de lucht schrijven en dan controleren op het papier of het woord klopte.
Zo leerde Els mij ook dat ik met woorden kan spelen. Er staat meer in een woord dan het woord alleen. Ik was dan ook blij verrast toen ik het woord BOOM schreef. Tot mijn verbazing zag ik bij een O weglating dat er bom stond of dat ik oom kon maken. Toen ik dat door kreeg en niet meer ieder woord als het woord op zich schreef, werd schrijven ook leuk om te doen. Spelen met de letters die ik schrijf. Door al deze oefeningen en nooit het gevoel krijgen dat ik dom was maar juist gestimuleerd door Els, ben ik niet meer bang om te schrijven.

Ook door de nieuw aangeleerde manier van schrijven is mijn handschrift beter leesbaar. Voor mijn werk moeten wij in een contactschrift schrijven. Dit werd altijd door mijn collega’s gedaan omdat zij wisten dat ik er een hekel aan had. Tegenwoordig schrijf ik zelf de contactschriften. Ook schrijf ik al twee en een half jaar iedere maand een bijdrage voor een plaatselijk krantje. Iets wat ik voor de therapie nooit gedurfd zou hebben. Het hele traject heeft mij veel meer zekerheid gegeven en het inzicht dat, niet goed kunnen schrijven niet hoeft te betekenen dat je achtergesteld moet worden.

Els heeft er voor mij een grote bijdrage in gehad dat ook dat zelfbeeld rechtgetrokken werd.
Als iets niet, of mijns inziens, niet snel genoeg lukte, had ik  de neiging om te zeggen dat ik dom was. Zij trok mij er met alle geduld telkens weer uit en ik mocht op een gegeven moment niet meer zeggen dat ik dom was. “Je hebt je een andere manier van taalbeleving aangeleerd en die moeten we aanpakken en omzetten naar een nieuwe”, zei Els dan. Toen ik aan de therapie begon was ik al 46 jaar. In de daarvoor liggende tijd had ik een weg gevonden die ik alleen zelf begreep om door de dag te komen, daar word je erg moe van. Deze vermoeidheid is ook voor een groot deel verdwenen door een andere kijk op lezen en zien naar lezen. Tegenwoordig lees ik ook graag een boek en dat was al lang geleden. Er is een andere wereld voor mij open gegaan.

Ervaringsverhalen